Ontwikkeling biolofilter
17-06-10
Handleiding voor het ontwikkelen van een
goed functionerend biologisch filter.
Geschreven door bert Engbers
Uitgangspunt is een nieuw aquarium met voldoende filtercapaciteit in de vorm van een bioloog.
1. Een goede verhouding tussen aquarium en bioloog is 5:1, dus het aquarium mag 5x groter zijn dan de bioloog.
2. Voor een optimale zuivering moet de totale waterinhoud (aquarium + bioloog) 1 tot 1,5 keer per uur door het filter worden gepompt.
3. De inrichting van het aquarium doet niet zoveel ter zake, maar wel dat men een goede watercirculatie door het aquarium realiseert.
4. Gebruik filtermateriaal dat een groot oppervlak heeft, waarop de bacteriën zich goed kunnen ontwikkelen. Het dient ook niet te compact te zijn, zodat het een goede doorlaatbaarheid waarborgt.
5. Vul de gehele set-up met drinkwater en laat het water circuleren door aquarium en filter.
6. Gebruik eventueel een potfilter als voorfilter (voorkeur) voor het afvangen van vaste afvalstoffen vanaf de bodem uit het water. Voer het uitgaande water van de potfilter naar de instroom van de bioloog. Maak de potfilter wekelijks of 2-wekelijks schoon.
7. Voeg een weinig vloeibare bacteriecultuur aan de bioloog toe, bv Bacto-Z van HS.
8. Na enkele dagen (5 à 6) ammonium en nitriet bepalen. Als de som van beide waarden < 3 mg/l is kunnen de eerste vissen geplaatst worden, bij voorkeur algeneters zoals Ancistrus, Otocinclus of Peckoltia. Als de som > 3 mg/l is nog een paar dagen wachten. Geen water verversen!
9. Voeg in beide gevallen weer vloeibare bacteriecultuur toe aan het biologisch filter.
10. Als men de vissen heeft geplaatst moet men het gedrag van de vissen de komende dagen goed in de gaten houden. Bij afwijkend gedrag van de vissen, deze tijdelijk verwijderen.
11. Als na een week alles normaal is, kunnen andere kleine vissen in kleine getale, minder dan 10 stuks, bijgezet worden. Bv Tetra‘s, zalm-achtigen of Corydora’s. Opnieuw bacteriecultuur toevoegen.
12. Houdt het gedrag van de vissen weer goed in de gaten, zie punt 10.
13. Twee weken na het plaatsen van de vissen het aquariumwater bepalen op nitriet en nitraat. Wanneer men nog wat nitriet meet kan er een weinig water (< 5%) ververst worden.
14. Mocht het nitraatgehalte van het aquariumwater hoger zijn dan het nitraatgehalte van het drinkwater kan men ervan uitgaan dat het biologisch filter “gerijpt” is.
15. Hierna kan begonnen worden met het plaatsen van grotere vissoorten, maar niet teveel in één keer! Bv. 2 of 3 vissen per week. Dit om het biologische filter tijd te gunnen om zich aan te passen aan de te verwachten verhoogde hoeveelheid afvalstoffen. Na elke toevoeging van nieuwe vissen, opnieuw bacteriecultuur doseren.
16. Gedurende een half jaar is het zeker verstandig om het aquariumwater regelmatig te meten op nitraat, nitriet, fosfaat en pH.
17. pH-waarde moet liggen tussen 6,5 – 7,5. Nitriet moet 0 mg/l zijn en nitraat en fosfaat moeten laag gehouden worden om overmatige algengroei tegen te gaan.
Enkele andere belangrijke zaken/tips:
* De bacteriën, die zorgen voor de afbraak van de afvalstoffen, hebben ten alle tijden zuurstof nodig om de afvalstoffen te kunnen afbreken. Men dient dus zorg te dragen voor een optimaal zuurstofgehalte in het water. Dit kan bereikt worden met behulp van planten en/of beluchting dmv wateroppervlak beroering of borrelsteen.
* Ammonium- en nitriet bepalingen kunnen nuttig zijn. Het zegt iets over de “staat” van het biologisch filter. Men hoeft niet direct in paniek te geraken wanneer men deze tussenproducten meet, maar houdt het gedrag van de vissen goed in de gaten. Bij afwijkend gedrag direct water verversen.
* pH bepaling van het aquariumwater is een pré. De werking van de bacteriën is optimaal binnen een pH-gebied van 6,5 – 7,5.
* Ook de KH bepaling is een pré. Samen met de pH en een CO2 tabel kan men bepalen hoeveel CO2 in het water aanwezig is. CO2 is nodig voor de groei van de biomassa.
* Andere metingen zoals totale hardheid (GH), geleidbaarheid en sporenelementen hebben voor de ontwikkeling van een biologisch filter geen toegevoegde waarde.
* Wanneer het biologische filter optimaal functioneert zijn nieuwe toevoegingen van de bacteriecultuur niet meer nodig.
* Wanneer het nitraatgehalte van het water boven de 15 mg/l komt, beginnen met regelmatige water verversingen.
* De eerste 3 à 4 maanden geen medicijnen gebruiken. Dit geeft alleen maar een terugslag in het ontwikkelingsproces van het biologische filter. Vissen dienen separaat, bij voorkeur in een apart aquarium, behandelt te worden.
* Organische afvalstoffen, ammonium en nitriet zijn “het voedsel” voor de bacteriën. Voer daarom in het begin geen overmatige waterverversingen uit, dit vertraagd alleen maar het ontwikkelingsproces van het biologisch filter.
* Let altijd goed op de gedragingen van de vissen. Aan hen kan men als eerste zien wanneer de kwaliteit van het aquariumwater achteruit gaat. Afwijkend gedrag is: versnelde ademhaling, huidverkleuringen, stressverschijnselen, samengeknepen vinnen/staart en schijnbaar oncontroleerbare/afwijkende zwembewegingen.
Wanneer het biologische filter goed functioneert, kan men volstaan met regelmatige nitraat bepalingen. Aan de hand van deze metingen stelt men een schema op voor de waterverversingen.
Ook worden pH metingen nu belangrijker. Bacteriën gebruiken carbonaten/bicarbonaten als koolstofbron, voor het in stand houden van de bacteriecultuur. Het gevolg hiervan kan zijn dat het water zachter wordt (lage KH-waarde), waardoor de pH-waarde zal gaan zakken. Normaal wordt dit opgevangen met de waterverversingen, maar als men reeds zacht drinkwater (KH < 2 dH) gebruikt, zal men extra carbonaten/bicarbonaten dienen toe te voegen.
Ook dient men de doorlaatbaarheid van het filter in de gaten te houden. Dit is een maat voor de vervuiling/verstopping van het filter.
Er zijn nog veel mensen die denken dat ze met het gebruik van potfilters verzekerd zijn van een goede biologische zuivering van het aquariumwater. Helaas moeten we constateren dat dit niet altijd van toepassing is. Er zijn duidelijke redenen aan te geven waarom dat niet altijd zo is, nl:
* Inhoud potfilter is veel te klein. Hierdoor is het oppervlak voor de biomassa vaak ontoereikend. Verhoging van de watercirculatie is geen optie, omdat dan de contacttijd verkort wordt.
* Potfilters vormen een gesloten systeem, waardoor men nooit verzekerd is van een volledige waterzuivering ivm zuurstofgebrek. Een bioloog is een open systeem waar tussentijdse opname van zuurstof mogelijk is.
* Potfilters dienen regelmatig verschoond te worden, waarbij telkens veel werkzame bacteriën verloren gaan. Goed opgebouwde biologen kunnen jaren meegaan zonder onderhoud.
* Uitgefilterde voedingsresten vormen een ware aanslag op de werking van potfilters die ze helemaal niet aankunnen. Gevolg is een onvolledige zuivering van het aquariumwater waarbij niet alle ammonium of nitriet afgebroken kan worden.
Denk bij alles wat men doet of wil doen;
* Wat kunnen de gevolgen zijn voor het biologisch filter?
Een goed functionerend biologisch filter is van essentieel belang voor het succes hebben in de aquaristiek!!
Bert Engbers
Statistieken
Online gebruikers:
Forum berichten
- 19-05 17:44 Ander diepvries voer
- 17-05 14:14 Flamingo (Blue?)
- 16-05 23:18 deksel materiaal?
- 16-05 22:33 div. discus eigen kweek
- 16-05 22:25 Even voorstellen ...
- › Ga naar forum
Categorieën
Nieuws
-
04-04-12 Clubavond 19 april 2012
-
25-03-12 De nieuwe PR folder
-
19-03-12 DCH Sponsoren
- Ga naar nieuws


Berichten